De inspectie bestaat uit:
Visuele controle:
Een visuele controle van de installatie waarbij wordt nagegaan of:
- De verschillende (installatie)delen eenduidig herkenbaar zijn;
- Het elektrisch materieel ten minste in overeenstemming is met de installatie eisen;
- De vrije ruimten en vluchtwegen goed toegankelijk zijn;
- De verbindingen van de zichtbare beschermingsleidingen in orde zijn;
- De juiste beveiligingstoestellen aanwezig zijn en juist zijn ingesteld;
- De veiligheidsketens in orde zijn;
- De aanwezige meetinstrumenten, signaallampen en dergelijke functioneren.
Metingen:
Een inspectie door middel van meting of beproeving waarbij wordt gecontroleerd of voldaan wordt aan de eisen met betrekking tot:
- Het ononderbroken zijn van de beschermingsleidingen en hun aansluitingen;
- De isolatieweerstand van eIk gedeelte van de installatie;
- De veilige scheiding van stroomketens;
- De isolatieweerstand van isolerende wanden en vloeren;
- De aardverspreidingsweerstand van aardelektroden;
- De weerstand van beschermingsleidingen;
- De impedantie van de foutstroomketen in het stroomstelsel;
- De aanspreekstroom en -tijd van aardlekbeveiligingen;
- De goede werking van de uitschakelcontacten van schakelende beveiligingstoestellen
tegen overstroom;
- De maatregelen tegen te hoge temperatuur bij normaal bedrijf;
- De juiste werking van de veiligheidsketens.
Rapportage:
Het opstellen van een compleet NEN 3140 inspectierapport waarin de eventuele tekortkomingen van de installatie zijn vastgelegd. Na eventuele aanpassing, reparatie en herkeuring kan het geparafeerde rapport dienen als bewijs voor de arbeidsinspectie en verzekeringsmaatschappijen.